13. Broccolisoep

Broccolisoep

Broccolisoep, dat was nog té experimenteel in 1972. In het complete alfabetische register van Ons Kookboek is dat jaar geen enkel recept terug te vinden dat met broccoli- begint. Ook het recept voor Indische (?) “Bami goreng”, Italiaanse “Pizza” en Nederlandse “Bitterballen” stonden in die tijd nog in het exotische hoofdstuk ‘Uitheemse gerechten”.

Mijn moeders oude kookboek en ik, wij hebben een moeilijke relatie met elkaar. Ik was gigantisch vereerd dat ik, van haar drie dochters, die kookbijbel uit onze jeugd naar mijn keukenkast mocht verhuizen. Ik herinner me niet eens het officiële moment waarop het doorgegeven werd, shame on me. Maar het staat er nu, op een ereplaats, al neem ik het – ik zei het al, onze moeilijke relatie – niet erg vaak bij de hand.

Correctie: ik probeer wel. Elk jaar overvalt me wel een bui waarin ik tomatensaus wil maken, en dan ga ik in de index van die oervlaamse kookbijbel (editie 1972) op zoek naar het oerrecept voor Tomatensaus. Pagina 161 (hoofdstuk: Sausen). Ik ben telkens opnieuw stomverbaasd dat er in het lijstje met ingrediënten niet eens “tomaten” staan. Wél onder andere “vleesextract” en “1 klein doosje tomatenpuree”. Blijkbaar was het indertijd hipper om kant-en-klare kost uit conservenblikken in de pot te gooien dan om verse ingrediënten in te slaan.

Keuls aardewerk

Nog in de mode moeten ‘bowls’ geweest zijn, wat de dames van de KVLV beschrijven als ‘een frisse drank bereid uit niet zoete witte wijn met verse of opgelegde vruchten”. Voor de iets minder handige huisvrouw voegen ze eraan toe: “Een bowl wordt met een lepel uitgeschept…” En voor de gadget-gevoelige vrouw: “…en zo mogelijk opgediend in speciale bowlglazen.” Kringwinkelfanaten vinden zo’n serviesgoed vast nog wel ergens terug. Recepten op eenvoudige vraag verkrijgbaar bij ondergetekende. En als ze en passant ook “een pot in Keuls aardewerk” vinden, zou dat mooi meegenomen zijn. Die zou namelijk optimaal zijn om de Rumbowl in klaar te maken.

Toch gaat het er in mijn exemplaar van ‘Ons Kookboek’ toch ook nog behoorlijk primitief aan toe, soms. De aanwijzingen om jonge erwten in te maken, gaan simpelweg van start met ‘Kook ze gedurende 2 minuten in regenwater met zout.’ Duidelijk geschreven vóór Greenpeace actie begon te voeren tegen zure regen. En vér voor we hier in Antwerpen Noord, op amper een kilometer van de Antwerpse Ring anno 2014, gingen meten hoeveel fijn stof er op de blaadjes van onze Airbezen terechtkomt.

‘Laat 36 uur staan’

Huisvrouwen mochten anno ’72 duidelijk ook nog gewoon huisvrouw zijn. Oneindig veel tijd om al je liefde te stoppen in het inmaken van alles wat ook maar eetbaar is: het hoofdstuk ‘Inmaak’ gaat van noordkrieken en aalbessengelei over komkommers en ajuintjes tot groseille en vliersiroop. (Ik had er niet eens een idéé van dat je eigenhandig grenadinesiroop kon produceren. En qua werkwijze is het het simpelste recept dat ik ooit gelezen heb: “Meng alles en laat 36 uur staan.”)

Tijd was duidelijk een conditio sine qua non voor de gebruikster van mijn boekpareltje met verzamelde recepten. Speculaas maken deed je ook niet op één dag: na het kneden van alle ingrediënten, beveelt het boek mij “Laat een nacht in de kelder rusten.” Wie ooit al te maken kreeg met mijn bakrituelen en impulsieve goestinkjes, weet dat ik nog nooit in mijn leven 24 uur op voorhand wist dat ik koeken zou gaan bakken. En hé, die instructie vind je in hedendaagse recepten nergens meer terug. Zou de speculaas toen lekkerder geweest zijn?

Projectjaar

Die Rumbowl van daarnet, weet je nog: trek daar maar enkele maanden tijd voor uit (en dan reken ik de zoektocht naar Keuls aardewerk nog niet eens mee). In juni laten we een halve kilo “mooi ontsteelde aardbeien” een nacht met suiker staan, om die daarna met witte rum te overgieten. Afdekken, op een koele plaats bewaren en wekelijks (we-ke-lijks!) omroeren. In juli doen we hetzelfde met een pond kersen en een pond aalbessen. In augustus: idem voor vier gesneden perziken. Een maand later: halve kilo pruimen toevoegen. In oktober (de aardbeien staan dan al vier maanden te zwemmen in de rum) is het de beurt aan de peren. En in november gooien we er wat blokjes ananas bij. Oh ja, nog een 6-tal weken laten staan en “vanaf Kerstmis is de bowl klaar”. Nope, vakantie zit er niet in.

Ik heb het nog niet eens over de hoofdstukken ‘De slacht’ (maak je eigen smeerworst, presskop en leverpastei!), “Knapzak” (“Nooit zoete belegsels als enige belegsel voor de boterham, geen overdreven gebruik ervan.”) en “Recepties en avondfeesten (inclusief raad over te voorziene mandjes met rookgerei, de betekenis van een surprise-party – “een verrassingsontvangst” – en de gouden tip dat ook een traiteur of kokkin het koud buffet kan verzorgen). Ik frons, ik lach, ik zucht en ik steun wanneer ik dat kookboek weer opensla.

Plumpudding

’t Is zoals met zussen, met je geboorteland of het dialect dat ik spreek en koester: zagen en klagen erover mag, zolang ik het zelf doe. Oh wee wanneer een ander een slecht woord over mijn kookboek (of respectievelijk famile/thuisland/Antwerps) eruit durft te gooien. Mijn binnenste gloeit van plezier wanneer ik – met alle noodzakelijke voorzichtigheid – de kaft van Ons Kookboek 1972 opensla. Al is openslaan een eufemisme, want de kaft hangt gewoon los van het boek.

De meest beduimelde bladzijden: 223 tot 227, die bulken van klassiekers uit mijn kindertijd. Halfgesmolten boter door de suiker roeren, au bain marie, met het puntje van mijn tong tussen mijn tanden, gespannen om maar zeker geen water in de kom te doen belanden (gemarmerde cake, p. 227). De jaarlijkse verbanning uit de keuken op de dag voor kerstavond, wanneer mama aan haar pièce de résistance voor het feestmenu werkte (biscuit met boterroom, 225 en 202). Om de basisingrediënten staat met blauwe balpen en net kadertje getekend. En ik moet nog altijd lachen met de mislukte poging van mijn zus om plumpudding te maken (Uitheemse gerechten, p. 180): hardnekkig volhouden dat het wel zou lukken, tot ook zij moest toegeven dat het niet binnen te krijgen was.

Onder het recept voor “Fijne wafeltjes en galetten” merkt de aandachtige lezer het bijschrift “wafeltjes van papa” op. In potlood en in mijn eigen, kattige handschrift. Om maar zeker niet te vergeten dat dát het recept is om je hele huis te doen geuren naar gezelligheid, warmte, liefde en verbondenheid. Want mijn neus en smaakpapillen herinneren zich meer dan de woorden in Ons Kookboek me vertellen.

Bedankt, mama.

Ons Kookboek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties
Getagged , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: